MOBILITEIT IN DE STAD: DE FIETS KRIJGT VOORRANG!  

BRUSSEL ZONDER AUTO’S, ZALIG!

Op 20/9 is het in het hele Brusselse Gewest Autoloze Zondag. Ook dit jaar kan je op deze dag tal van actieve mobiliteitsalternatieven uitproberen!

Met de fiets kan je in de stad heel wat tijd besparen. Je mag bepaalde straten met beperkt eenrichtingsverkeer in, er zijn speciale fietsstraten en sommige lichten mag je zelfs ‘negeren’. Een woordje uitleg.

Straten met beperkt eenrichtingsverkeer

Als fietser mag je een straat in de tegengestelde richting inrijden als een bord dat toelaat. Deze mogelijkheid biedt heel wat veiligheidsvoordelen en laat je bovendien toe om drukke wegen, omwegen of stukken bergop te vermijden. Maar pas op: geen van de twee verkeersrichtingen heeft voorrang op de andere. Wees dus steeds voorzichtig en hoffelijk, zeker in smalle straatjes.

Verkeerslichten die fietsers voorrang geven

Als een B22- of B23-bord het aangeeft, mag je een rood of oranje licht negeren. Bij een B22-bord mag je rechtsaf slaan, terwijl je bij een B23-bord rechtdoor mag. Wees wel voorzichtig: als je door het licht rijdt, heb je geen voorrang en moet je voorrang verlenen aan de andere weggebruikers.

Doodlopende straten die doorlopen

Een bord voor een doodlopende straat met daarop een voetganger of fietser geeft aan dat de weg – die voor gemotoriseerde voertuigen doodloopt – uitkomt op een pad of weg die door voetgangers en fietsers mag worden gebruikt.

De fietsstraat

De fietsstraat is een stadsweg die wordt aangegeven door een specifiek bord. Het wordt soms ook aangegeven op de grond. In een fietsstraat mag je met je fiets de volledige breedte van de weg gebruiken (of de aangegeven strook als het om een tweerichtingsstraat gaat). Motorvoertuigen mogen je niet inhalen en hun snelheid is beperkt tot 30 km/uur.

Het zebrapad

Er staat nergens in het verkeersreglement dat je met de fiets geen zebrapad mag gebruiken. Maar pas op, als fietser word je niet beschouwd als een voetganger en heb je dus geen voorrang op naderende auto’s. Als je daarentegen van je fiets stapt en je fiets aan de hand voortduwt terwijl je oversteekt, word je weer voetganger en heb je dus wel voorrang op auto’s.

Het fietspad

Wanneer er een fietspad is voorzien (aangegeven met een bord of met onderbroken lijnen op de grond), ben je in principe verplicht om het te gebruiken. Grondmarkeringen zoals fietslogo’s of visgraten zijn niet bindend. Ze geven enkel aan waar de fietser mag rijden en herinneren motor­voertuigen eraan dat ze niet alleen zijn op de weg.

Tussen de tramsporen

Volgens de wegcode moet je aan de rechterkant van de weg fietsen. Als de weg niet veilig genoeg is, kan de wegbeheerder besluiten om markeringen (fietslogo’s) op de grond te plaatsen die je uitnodigen om tussen de tramsporen te fietsen. Dit is geen verplichting. En als er een tram aankomt, moet je de baan vrijmaken voor de tram.