HET ZONIËNWOUD: ANTICIPEREN OM HET BETER TE BESCHERMEN!   

In het kader van het beheerplan voor het Zoniënwoud kapt Leefmilieu Brussel elk jaar honderden bomen. Het doel: de biodiversiteit vergroten en het bos beter beschermen tegen de gevolgen van de huidige klimaatverandering. Klinkt paradoxaal?

Productiegerichte bossen

Bomen zijn van nature fotosynthetisch: ze zetten de CO2 in de lucht (meer bepaald de koolstof in CO2) om in hout. In bossen die uitsluitend gericht zijn op houtproductie kweken de beheerders bomen om er planken, panelen, houtblokken, pellets, enz. van te maken. Om een zo hoog mogelijk rendement te halen, kozen bosbeheerders lange tijd voor de meest productieve boomsoorten. Zo komt het dat sinds de tweede helft van de 19de eeuw in de Ardennen en elders in Europa vaak werd gekozen voor naaldbomen, vooral sparren.

Kroniek van een aangekondigde dood

Door de klimaatverandering heeft deze strategie gevolgen voor de toekomst van het bos. In Frankrijk bijvoorbeeld zijn de afgelopen drie jaar miljoenen kubieke meters sparrenbomen aangevallen door een kleine kever, de schorskever, een aanval die ongetwijfeld wordt versterkt door de hogere temperaturen. In 2019 vielen de honderden sparren in het Brusselse deel van het Zoniënwoud ook ten prooi aan dit insect, waardoor de sparren er slecht aan toe zijn. Intussen zijn heel wat van deze bomen gestorven. Enerzijds door de droogteperiodes in 2018, 2019 en 2020, anderzijds door het feit dat de sparren niet altijd op de meest gunstige plaatsen werden aangeplant.

Het klimaat verandert, het bos verandert (ook)

Wat zijn de verwachte effecten van de klimaatverandering op het Zoniënwoud? De hoeveelheid neerslag zal naar verwachting niet wijzigen, maar de gemiddelde temperatuur zal hoogstwaarschijnlijk stijgen. Volgens de metingen in Ukkel bedraagt de gemiddelde temperatuur ‘normaal gezien’ 10,6°C. In 2020 werd echter een gemiddelde temperatuur van 12,2°C opgetekend. Een record! Het vorige record bedroeg 11,9°C in 2018. Er is dus sprake van een trend. En deze temperatuurstijging heeft sinds 1976 een impact op de groei van de beukenbomen.

Droogte in het voorjaar, hittegolven in de zomer

De potentieel verwoestende gevolgen van deze veranderingen voor het Zoniënwoud zijn niet los te zien van de voorjaarsdroogte, gevolgd door de zomerse hittegolven. In 2018, 2019 en 2020, bijvoorbeeld, waren de lentes extreem droog en waren de waterreserves uitgeput. Dit in combinatie met de zomerse hittegolven leidde tot een enorme waterstress onder planten. Voor boomsoorten met ondiepe wortels of soorten die veel water nodig hebben tijdens het groeiseizoen (zoals sparren en beuken) zullen deze veranderingen de bomen waarschijnlijk het leven kosten.

Beuken zullen worden aangetast

Tegen 2100 zouden beuken (die 65% van het bosmassief innemen) van de plateaus verdwenen zijn. Ze zouden dan alleen nog in de valleien te vinden zijn, waar de bodem koel blijft. Onze prachtige beukenkathedraal en de door beuken gedomineerde bossen zullen dus onvermijdelijk krimpen. Paradoxaal genoeg vindt er sinds 2005 een natuurlijke en grote aangroei van beuken plaats. Om de twee jaar is er een overvloed van natuurlijke zaailingen, bijna drie keer zo vaak als in het verleden. Is dit een reactie op de gevolgen van de klimaatverandering? Of zingt de beuk zijn zwanenzang?

Soortendiversificatie

Om op deze veranderingen te anticiperen en de gevolgen ervan te beperken, nemen de beheerders nu maatregelen. Met een middellange- en langetermijnvisie kappen ze bepaalde beuken en zorgen ze voor meer diversificatie in de boomsoorten. Daarbij geven ze, in overeenstemming met de Natura 2000-doelstellingen, de voorkeur aan inheemse soorten, die beter bestand zijn tegen de gevolgen van de klimaatverandering en die het bos veerkrachtiger kunnen maken. Daardoor moet de beuk dus (gedeeltelijk) plaatsmaken voor andere soorten.

Een geleidelijke omschakeling

De transformatie van sommige oude beukenbossen zal geleidelijk verlopen, nagenoeg onmerkbaar, en dat door gerichte uitdunning, zodat er stelselmatig plaats vrijkomt voor andere soorten. Tegen 2043 zal 10% van de oude beukenbossen op deze manier onder handen zijn genomen. Deze strategie heeft een dubbel voordeel: ze versterkt de veerkracht van het bos én ze verbetert de biodiversiteit. Om de cycli van de natuur na te bootsen, zal de omschakeling gebeuren in kleine ‘aanplantingscellen’ (ongeveer 40 planten). Het toekomstige gezicht van het Zoniënwoud begint nu al vorm te krijgen.

EEN DUURZAAM BEHEERD BOS

Elk jaar wordt 3.500 m³ bomen uit het Zoniënwoud verwijderd. Dat lijkt veel, maar het bos groeit zelf elk jaar meer dan twee keer zo snel. Het Zoniënwoud is dus nog lang niet uitgeput. Bovendien is het beheer in overeenstemming met de FSC-norm voor duurzaam beheer. Het klopt dat de meeste van onze grote beukenbomen naar Azië gaan, maar er zijn ook verschillende initiatieven opgestart om de lokale houtverwerking te stimuleren. De Sonian Wood Coop die in 2019 werd gelanceerd, bijvoorbeeld, engageert zich om hout uit het Zoniënwoud te kopen, te verwerken en lokaal te verkopen. Sinds drie jaar biedt Leefmilieu Brussel ook boomstammen van hoge kwaliteit te koop aan bij lokale kopers die geïnteresseerd zijn in kwaliteitshout.

EEN DUURZAME MULTIFUNCTIONELE AANPAK

Het Zoniënwoud beschouwen als een houtfabriek is niet helemaal verkeerd. Maar het gaat toch ook voorbij aan de vele andere functies die het bos vervult. Het nieuwe beheerplan voor het Brusselse Zoniënwoud, dat in 2019 werd goedgekeurd, wil het bos beheren op een manier die rekening houdt met deze multifunctionaliteit. Het gaat met name om de Natura 2000-status, de landschapsdiversiteit (waaronder de beukenkathedraal) en last but not least het recreatieve belang van het bos voor het nabije Brussel. Bovendien voorziet het plan in maatregelen die het woud veerkrachtiger maken tegen de klimaatverandering.